Specialist, Generalist, Columnist

Mijn eerste ervaring met poëzie had ik, toen ik samen met twee vriendjes een gedicht schreef voor een klasgenootje van de basisschool. Wij waren voor Feyenoord. Hij was voor Ajax. En we lagen al jaren in een homerische vete. Ik was een jaar of negen oud. Het rijmpje ging als volgt: “Jantje Groot / Kankerjood”.

U lacht nu (N.B.: Deze column is voorgedragen als live-column op woensdagavond 27 januari bij poeziefestival Dichter bij de Campus, Universiteit van Tilburg), maar mijn ouders lachten niet. Voor deze eerste voetstappen in de voor mij nog maagdelijke sneeuw van de poëzie, heb ik een week lang huisarrest gekregen. Zes dagen lang reflecteerde ik op mijn leven als kunstenaar; de zevende dag rustte ik-maar niet zonder eerst twee fundamentele conclusies te hebben getrokken. Ten eerste dat mijn ouders mij blijkbaar niet steunden in mijn poëtische ontwikkeling; ten tweede dat ik bij nader inzien toch niet echt trots was op mijn oeuvre (het was te gelaagd). Ik zette mijn carrière op een lager pitje.

Tot vorige maand. Toen ontving ik een uitnodiging. Ik quote-zoals je van mij gewend bent niet geheel correct, dus houdt uw ingezonden brieven bij u: “Lieve, lieve, lieve Henk. Wil jij, als geniaal en zeer geliefd studentcolumnist, een stand-up column verzorgen bij festivalleltje ‘Dichter bij de campus’?” Ik was verrast. Ten eerste was ik verrast dat meer mensen dan alleen ikzelf en mijn moeder met liefde mijn werk lazen. Ten tweede was ik verrast door de slagzin waarmee mijn bloed, zweet en tranen werden gereduceerd tot 7 Engelse woorden:

“You will hate him or love him.”

Een beetje een vreemde slagzin, dacht ik. Enerzijds compleet waar, bijna analytisch a priori; anderzijds compleet onwaar. Waarom? Nou, ik wil iederen die mij haat, verzoeken even naar voren te komen. U ziet: niemand.

Om met mijn geringe kennis iets te kunnen zeggen over poezie, heb ik een hulplijntje ingeschakeld. 2500 jaren geleden, in het jaar 335 voor Christus, filosofeerde deze hulplijn over de poetica, en hij leerde mij dat:

“Het is als poeet de voornaamste zaak om goed te zijn in het gebruik van de metafoor. Dit valt te niet te leren van iemand anders, het is een natuurtalent; en succesvol gebruik van de metafoor is afhankelijk van de capaciteit om gelijkenissen waar te nemen.”

Dit is voor u, het dichtersgilde, waarschijnlijk zo triviaal als het feit dat een ABAB rijmschema niet noodzakelijk is om een goed gedicht te schrijven. Aristoteles gaat verder, door te zeggen dat een goed poeet niet alleen bijzonder getalenteerd moet zijn, zoals u vanavond allen heeft laten zien, en dat een mespuntje krankzinnigheid ook geen kwaad kan.

Maar, zegt Aristoteles, en dat wil ik aan onze verse campusdichter en aan u allen meegeven, “een buitengewoon getalenteerd mens is niet noodzakelijk buitengewoon succesvol: talent moet worden uitgeoefend”.

Met die gedachte nog vers in uw hersens wil u iets laten zien dat ik heb meegenomen: een poeziealbum. En daar ik morgen een column moet inleveren, wil ik u allen vragen om in mijn poeziealbum een korte metafoor voor deze avond te pennen. In andere woorden: de inspiratie voor mijn aanstaande column zoek ik deze keer “dichter bij de campus”.

Ik dank u wel.

Categorie: Univers (01/02/2010)

1 Reactie op “Specialist, Generalist, Columnist”

  1. Lise

    Wij hadden vroeger ‘Plat dak, dubbele fack’ waarmee je met je handen eerst een ‘plat dak’ uitbeelde, daarna je handen om elkaar heen draaide om vervolgens twee middelvingers op te steken. In 1 vloeiende beweging.
    I love the 90’s.

    KUSKE.

    P.S. Spannend genoeg?