in Taal

‘Femonationalisme’ slaat níét op vrouwen die een staat willen vormen

Radicaal-rechtse partijen tonen zich vooral bezorgd om vrouwen wanneer niet-westerse migranten daardoor in een kwaad daglicht komen te staan. ‘Femonationalisme’, noemt socioloog Sara Farris dat – dit weekend stond er een interview met haar in de Volkskrant. Ze muntte de term in 2017.

In vergelijking met termen als etno- of islamonationalisme, nationalismen gebaseerd op etnische of religieuze identiteit, lijkt femonationalisme een wat onlogische samenstelling, alsof het een vorm van nationalisme betreft die be­rust op een sterk be­wust­zijn van de vrouwelijke (femo-)iden­ti­teit, waar­bij een groep vrouwen streeft naar de vor­ming van een staat – wat op zich een interessante politieke beweging zou kunnen zijn.

Farris lijkt haar woord gemodelleerd te hebben naar ‘homonationalisme’, in 2007 gemunt door Jasbir K. Puar. Dat staat niet in Van Dale, maar betekent volgens Wikipedia een – soortgelijke – instrumentalisatie van lhbti-rechten om een antimigratieagenda mee te verwezenlijken.

Doordat sociologen namen geven aan obscure politieke strategieën, kunnen gewone, hardwerkende mensen die ook herkennen wanneer ze zich voordoen. Vergelijkbare samenstellingen van ismen met voorvoegsels, die evenwel allemaal iets heel anders betekenen, zijn ‘technofeodalisme’, ‘hedokapitalisme’ en ‘ecofascisme’.

Voor opportunistische politieke praat kende u waarschijnlijk wel het woord ‘salonsocialisme’, linkse praat van mensen die er zelf uiterst warmpjes bij zitten, een vorm van ‘links lullen, rechts vullen’, ook wel ‘champagnesocialisme’ genoemd, en er zijn varianten met biefstuk en kaviaar. ‘Salonfascist’ staat sinds 2021 ook in het woordenboek. Deze ‘ogenschijnlijk beschaafde fascist’ zult u ongetwijfeld op femonationalisme kunnen betrappen.

Geschreven voor de Volkskrant