Cor Veldhoen schreef op 20 februari, naar aanleiding van de berichtgeving over de voormalige prins Andrew: ‘In de loop van donderdag (…) kwam op radio en televisie een aantal keren de uitspraak van koning Charles voorbij dat ‘het recht zijn beloop moet hebben’. (…) Nu zal Charles ongetwijfeld correct Engels hebben gesproken. Dat geldt niet voor de Nederlandse vertaling: het recht moet zijn loop hebben, niet zijn beloop. Als je iets op zijn beloop laat doe je niets, en dat is nou net niet de bedoeling. En dat is gelukkig ook niet gebeurd.’
De uitdrukking, een afgeleide van de rechtsspreuk fiat justitia ruat caelum (laat het recht geschieden, al stort de hemel in), stond geciteerd in een analyse van correspondent Patrick van IJzendoorn. Ook in het AD en bij RTL was de uitdrukking met ‘beloop’ te lezen. De NOS en het Reformatorisch Dagblad schreven ‘loop’ in plaats van ‘beloop’.
Hoe zit dit nou precies? Heeft Cor Veldhoen gelijk? De uitdrukking is ‘het recht moet zijn loop hebben’, aldus Van Dale. Maar de variant ‘het recht moet zijn beloop hebben’ staat ook in het woordenboek opgenomen, met de opmerking ‘niet algemeen’ erbij – maar dus wel bekend genoeg voor een plek in het woordenboek, en niet expliciet onjuist.
De vermeende verhaspeling lijkt minder ernstig dan Veldhoen doet voorkomen. ‘Iets op zijn beloop laten’ betekent inderdaad min of meer ‘niets doen’ (Van Dale: ‘zonder zich met de zaak te bemoeien de uitkomst afwachten’). Maar ‘beloop’ heeft ook andere betekenissen, waaronder ‘loop zoals die bepaald wordt door de richting of de opeenvolgende richtingen’ en ‘voortgang’. Beide lijken ook op het recht van toepassing te kunnen zijn, en langs die lijnen geredeneerd betekent ‘het recht moet zijn beloop hebben’ hetzelfde als ‘het recht moet zijn loop hebben’.
Zo zijn er meer uitdrukkingen die als een verhaspeling worden of werden gezien, maar toch zijn ingeburgerd. ‘Dat klopt als een bus’ werd in de jaren tachtig nog afgekeurd als contaminatie van ‘dat klopt’ en ‘dat sluit als een bus’. Bij ‘toen kwam de aap uit de mouw’ vermeldt het woordenboek ook de variant ‘toen keek de aap uit de mouw’. Kortere voorbeelden van ingeburgerde verhaspelingen zijn ‘op vakantie gaan’, ‘overnieuw’ en ‘plotsklaps’.
Andere uitdrukkingen lijken te zijn verhaspeld, omdat ze meerdere varianten kennen. Schrijven we in de krant bijvoorbeeld ‘dansen naar het pijpen van’, dan krijgen we gegarandeerd brieven, terwijl deze variant even oud is als de variant ‘dansen naar de pijpen van’ (het/de pijpen betekent hier het/de fluiten). Idem dito met ‘de/het spits afbijten’. Zegt men in Nederland ‘door de bank genomen’, in België is het ‘door de band genomen’.
Pas als iemand schrijft dat men ‘het recht op zijn beloop moet laten’ lijkt de verhaspeling ernstig genoeg om alarmbellen te doen rinkelen.
Geschreven voor de Volkskrant