in Film

Ik sprak met regisseur Ties Schenk over haar speelfilmdebuut Monk

monkHet moderne gezinsleven is veeleisend, stelt filmmaker Ties Schenk. Ze maakte er de film Monk over, naar een scenario van Roosmarijn Roos Rosa de Carvalho. Monk is een dertienjarige hypochonder. Zijn vader is kunstenaar en heeft zichzelf in zijn atelier opgesloten, zijn moeder is een gepassioneerde Spaanse die geen zin meer heeft om de huisvrouw te spelen. Zijn zus Joni (Olivia Lonsdale) is een typisch pubermeisje. Iedereen is erg met zichzelf bezig, maar tijdens een onverwachte roadtrip naar Spanje ontdekken ze hoe verbonden ze eigenlijk zijn. 

Ties Schenk (42) deed de Filmacademie in Amsterdam. Ze bedacht en regisseerde een paar artistieke jeugdseries, en werd daarna gevraagd om Zwarte tulp te maken, de eerste Nederlandse webserie, over twee familiebedrijven die strijden om de eerste zwarte tulp te kweken. Voor i-D sprak ik met Ties Schenk over haar speelfilmdebuut Monk, die vanaf 6 april in de bioscoop te zien is.

Waarin verschilde het maken van Monk van Zwarte tulp?
Zwarte tulp was commercieel, maar wel te gek. Het was een ander proces. Dramafilms maken heeft veel meer tijd nodig. Aanvragen indienen bij fondsen, weer terug naar de schrijftafel – dat zijn lange processen. Over Monk hebben we vier jaar gedaan, voordat we hem konden draaien.

Waar gaat Monk over?
Monk gaat over angst, liefde, verbinding, tolerantie en het belang van zelferkenning om geluk te vinden. Het gaat over hoe we elkaar moeten proberen vast te grijpen, om er samen iets van te maken. Ik geloof dat we het leven mooi kunnen maken als we onszelf en elkaar leren begrijpen. Dat start in een gezin.

Bij Monk thuis is niet zoveel verbinding. Iedereen is erg op zichzelf. Voelde je je daarbij thuis als filmmaker?
Enorm, ik vond het heel herkenbaar. De eerste keer dat ik het script zag was bij Het Schrijfpaleis. Daar kun je als schrijver je script naar opsturen en dan lezen echt goede acteurs scènes voor, onder leiding van een regisseur. Scenarioschrijver Roos had dat gedaan, en Monks tekst werd voorgelezen door acteur Jeroen Willems. Dat was vlak voordat hij eind 2012 overleed.

Dat zal hij wel heel anders hebben gedaan dan acteur Teun Stokkel, die 15 is.
Nee, juist niet, want Roos schrijft heel scherp. Jeroen zette Monk neer als een soort wetenschappertje, precies zoals in het script. Er was ook direct een herkenbare gezinsdynamiek, waarin iedereen zich met elkaar bemoeit zonder zich werkelijk te verbinden. Roos heeft alle personages een soort eilandjes gemaakt die extreem op zichzelf gericht zijn, om te tonen wat voor hoge eisen het moderne leven aan iedereen stelt. Iedereen moet op zijn eigen manier succesvol zijn.

Hoe zit dat met de vader van Monk, kunstenaar Fabian, is hij succesvol?
Ik heb in het midden gelaten of hij dat is.

Hij heeft wel een grachtenpand in Amsterdam.
Precies, en dat levert een enorme druk op. Aan kunst wordt tegenwoordig de eis gesteld dat het economisch iets moet opleveren om van belang te zijn. Terwijl het daar nou juist niet voor is bedoeld. Het doel van kunst is mensen te laten denken en voelen.

Fabian lijkt niet echt gelukkig. Hij sluit zichzelf op in zijn atelier.
Sterker nog: hij duwt met zijn kunst het gezin het huis uit, door het overal in huis neer te smijten. Later, in de auto naar Spanje, is er wel een moment van geluk en schoonheid, wanneer zijn dochter Joni hem bevrijdt van al die briefjes die hij als kunstwerk aan het plafond van de auto heeft gehangen. De briefjes waaien naar buiten, en Fabian wordt bevrijd.

Eigenlijk sloopt zij zijn kunstwerk.
Zij sloopt het niet, ze bevrijdt het. Daarmee bevrijdt ze hem. Het moment dat de briefjes uit de auto vliegen is het echte kunstwerk. Wat ik grappig vindt is dat daarna een Spaanse politieagent zegt: u smijt allemaal troep op de weg. Die troep is voor mij wat het leven is: een prachtige chaotische verzameling van proberen en denken, van onvermogen en goodwill, van vasthouden en loslaten.

Voor wie heb je deze film gemaakt?
Voor twintigers, denk ik. Van studenten op de Filmacademie hoorde ik dat ze het herkenbaar vonden, omdat het van deze tijd is. Maar ook veertigers zullen zichzelf en hun gezinnen herkennen. Ik denk dat het bioscooppubliek ook op een hoopvolle film zitten te wachten, al is er een boel tragiek in de film. Ik heb het afgelopen jaar best weleens gedacht: de wereld staat in brand, en ik maak een film over een kunstenaarsgezin, wie zit daarop te wachten? Toch denk ik dat de film juist nu belangrijk is.

Waarom?
De film laat een rijk leven zien, met warme kleuren en veel mogelijkheden, maar toch is het ingewikkeld om je plek te vinden, om gewoon maar te zijn, en niet iets bijzonders te worden, of op te vallen. Je moet tegenwoordig al snel weten wie je bent en keuzes maken. Deze vier mensen zijn eilandjes, maar je ziet toch dat ze verbonden zijn doordat ze zich beseffen dat ze het met elkaar moeten doen, dat geluk nastreven. Ik denk dat dat een teken van deze tijd is.

We zien de film via het perspectief van de dertienjarige Monk. Is het een kinderfilm?
Het is een film voor een breed publiek, vergelijkbaar met Little Miss Sunshine, die ik vaak met familie en vrienden heb bekeken. Ik denk dat de kijker juist door de toon van de film voelt dat ie niet voor kinderen bedoeld is. Ook de manier waarop Joni en Monk met elkaar omgaan, en de dingen die zij bespreken, laten zien dat ik geen rekening houd met een heel jong publiek. Joni heeft best heftige vrijscènes bijvoorbeeld.

Is Monk grappig bedoeld of serieus?
Voor mij bestaat er geen lach zonder traan. Dat zit in mij, dat zin in Roos, en ook in de acteurs. Olivia Lonsdale is bijvoorbeeld heel grappig, maar ook ernstig. Dat past bij haar personage Joni. Ze noemt haar broertje “pannenkoek” of “freakje”, waarmee ze tegelijkertijd afstand houdt én toenadering zoekt. Dat levert een glimlach op en een gevoel van melancholie. Monk is grappig, maar met name melancholisch.

Olivia Lonsdale is bekend van de Drank & Drugs en van Prins. Ze wordt daardoor geassocieerd met ‘coole jeugdcultuur’. Is dat waarom je haar gecast hebt?
Nee. Aanvankelijk vond ik dat Olivia veel te oud was. [Ze komt uit 1994, red.] Ik had erg fysieke castingscènes, want ik hou fysiek spel. Alle meisjes die de casting deden hadden daar moeite mee, behalve Olivia. Toen dacht ik: zij is het. Het heeft niks met hip of cool te maken. Olivia belichaamt het gevoel van de film.

Je vertelt graag via fysiek spel. Toch zit er ook veel muziek in de film. Waarom?
Mijn broer zit in de muziek, ik zong vroeger zelf in bandjes, en ik wilde graag goede Nederlandse indiemuziek in de film hebben. Daarom vertel ik veel met muziek. Vond je het te veel?

Kijkers kunnen ook zelf aanvoelen of iets leuk of erg is, denk ik. Dat hoeft niet per se met muziek benadrukt te worden.
Ik heb geprobeerd om niet de emoties te onderstrepen, maar om een sfeer aan het geheel te geven. Bij Zwarte tulp bijvoorbeeld kleurt de muziek de emoties heel erg. Voor Monk wilde ik gewoon veel muziek gebruiken. Misschien ben ik wel uitgeschoten hoor, zou kunnen. Ik ben dol op muziek.

Monk is je eerste speelfilm. Hoe is dat bevallen?
Wat ik zo tof vind aan filmmaken is dat veel kunsten en talenten samenbrengt. Als regisseur ben je de kapitein van het schip, en je wil tegelijkertijd het beste uit iedereen halen. Roos was een jaar of 22 toen ze dit script schreef. Ik heb met de acteurs nog best zitten sleutelen aan de ouders en het kunstgedeelte. Om dat organisch te laten verlopen, en het bij elkaar te laten komen, was een supergrote uitdaging.

Hoe heb je dat gedaan?
We hebben een ontzettend toffe repetitietijd gehad. We zaten in een huis van een vriendin van me, net zo’n huis als in de film, en speelden ook scènes die aan de film voorafgaan. De acteurs hebben een week met elkaar als een gezin in dat huis gewoond.

Jij ook?
Ik ging ‘s avonds weg, maar dan gingen zij bijvoorbeeld nog naar de Parade. En Sam en Marina zijn ‘s nachts Amsterdam ingegaan, gaan drinken, elkaar kwijtgeraakt, dat soort dingen. Ze hebben geleefd als de ouders van Monk, ouders van hier en nu. Zo doe ik dat ook met mijn vriend.

Raken jullie elkaar regelmatig kwijt met uitgaan?
Niet regelmatig, maar het komt voor dat je in de stad bent, en je met blote voeten op straat staat af te vragen waar je huis ook alweer woont.

Wat hoop je dat mensen meenemen als ze Monk gezien hebben?
Ik hoop dat ze met een doosje liefde de bioscoop uitlopen. En dat ze een geweldige trip down memory lane hebben, en zien wat er voor hun nodig is om het geluk te grijpen.

Ik schreef dit voor i-D, zie hier.