in Film

Ik sprak regisseur Geremy Jasper over zijn hiphopmusical ‘Patti Cake$’

patticakesMensen hebben dromen, en Amerikaanse films verbeelden graag hoe die dromen werkelijkheid worden. Zo ook Patti Cake$, het speelfilmdebuut van de uit New Jersey afkomstige Geremy Jasper. Hoofdpersoon Patricia (aka Killa P, aka Patti Cake$, gespeeld door Danielle Macdonald) is 23 en wil rapper zijn. Het zit haar niet mee in het leven: ze is arm, haar moeder is aan de drank, haar oma ernstig ziek, ze worstelt met overgewicht en heeft een rotbaantje bij een karaokebar. Haar grote liefde is hiphop en ze schrijft schriftjes vol met bars. 

Haar beste vriend Jheri regelt dat ze een demo kan opnemen, maar dat mislukt faliekant door het roken van een joint. Eigenlijk wil ze de betraande hiphophanddoek in de ring gooien, maar dan ontmoet ze een magische blackmetalmuzikant die in een schuurtje in het bos woont vlakbij een begraafplaats. Patricia haalt hem – Bob aka. Basterd – over om beats voor haar te maken, en samen met Jheri en met haar oma neemt ze een cd’tje op. Als rapgroep boeken ze bescheiden successen, en Patricia ervaart een kort moment van volmaakt geluk in haar armetierige bestaan.

Jasper was eerst muzikant, ging daarna muziekvideo’s regisseren en vond het daarna tijd voor een speelfilm, met een autobiografische hiphopmusical als resultaat. Ik belde hem op in zijn studio om even bij te praten over zijn film.

Patti Cake$ gaat over een arm, wit meisje met overgewicht dat rapper wil worden. Hoe kwam je op het idee?
Het personage Patricia Dombrowski groeide door de jaren heen. Ik kom zelf uit de buitenwijken van New Jersey, waar het verhaal zich afspeelt. Halverwege de jaren tachtig was ik een dik, klein, blond ventje, en verslingerd aan hiphop. Ik groeide op tussen forse, sterke vrouwen, en steeds vaker dacht ik: op een dag ga je ook zulke vrouwen zien in de hiphopwereld. Toen ik ouder was wilde ik op een gegeven moment een speelfilm maken, maar ik kon geen onderwerp verzinnen waar ik echt van hield, en toen kwam het idee van Patricia weer in mijn hoofd. Vanaf dat moment werd zij een soort alter ego van me.

Naar wat voor muziek luisterde je in die tijd?
Eerst Run DMC, daarna onder meer LL Cool J, dingen van Def Jam, Beastie Boys, Fat Boys, Salt-n-Pepa en GTFO. Op de middelbare school luisterde ik naar NWA, Eazy-E, Ice Cube, Public Enemy, dat werk. De manier waarop ik films maak is te vergelijken met de manier waarop Bomb Squat, Dust Brothers, Rick Rubin en Prince Paul albums maakten. Zij pakten ook van alles waar ze van hielden en combineerden dat tot iets nieuws.

Patti Cake$ reflecteert dus je eigen liefde voor muziek.
Dat denk ik wel, ja. Patti Cake$ is ook veel meer dan alleen hiphop. Er zit Springsteen in, Heart, Lita Ford. Ik heb alle muziek die ik luisterde toen ik opgroeide in New Jersey erin gestopt.

De muziek die Patti met haar rapgroepje maakt is ook een mix van stijlen. Wie heeft die muziek geschreven?
Ik! Het was hard werken. Voor ik filmmaker werd was ik muzikant, maar nog steeds was het moeilijk hoor. Veel vallen en opstaan, genres combineren, en de acteurs moesten alles leren performen. Alle acteurs hadden affiniteit met muziek, maar Danielle Macdonald (Patti) had nog nooit gerapt. Dat was best hardcore, hoe ze dat geleerd heeft. De meeste muziek was pas een paar weken voor het filmen klaar, en sommige nummers zijn opgenomen in de weekenden tussen draaidagen door. Dat was insane.

Eerder zei je dat je Patti al langer in gedachten had. Hoe kwam je erbij om je liefde voor muziek te koppelen aan dit personage?
Ik hield van dit personage, en eind 2012 dacht ik: ik ga een script over haar schrijven. Ik had het gevoel dat ik haar kende, ze was als een zus voor me. Er zit veel van mezelf in Patti, en ik hield enorm van hiphop, dus dit was een mooie kans om een verhaal te schrijven over een outsider met een oprechte liefde voor rapkunst.

Je zei dat Patricia een alter ego voor je is, maar zij is een vrouw en jij niet. Hoe zit dat?
Dat komt door alle sterke vrouwen in mijn leven. Mijn moeder is een flinke, forse vrouw, en met haar moet je echt niet fucken. Ze is gelukkig met zichzelf, zit goed in haar vel, is feminist maar komt ook uit de buitenwijken. Ze is dus geen pretentieus stadsmens, maar staat met beide benen op de grond. Liefdevol maar ook hard, dat is ze, net als Patti. Ze laat zich door niemand vertellen hoe te leven. Ze heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel en zet haar familie op de eerste plek. Allebei m’n ouders trouwens. Ze komen allebei uit arbeidersgezinnen, waar de vrouwen de baas zijn. Dat is ook iets waar ik me altijd toe aangetrokken heb gevoeld. Ik was als kind altijd omringd door sterke vrouwen.

In de film zit een rapbattle bij een tankstation. Het viel me op dat iedereen daar wit is. Is dat een weerspiegeling van de scene in New Jersey?
Nou ja, niet de scene in het algemeen, maar in de buitenwijken houdt echt iedereen van hiphop, en kinderen nemen het overal tegen elkaar op, kijk maar op YouTube. Ik weet niet of dat in Europa ook voorkomt, maar in de VS zie je het overal. Het is crazy. Toen ik jong was speelden kids nog in bandjes en ging je naar het park om iemand te horen spelen. Tegenwoordig worden kinderen op straat dronken en doen ze rapbattles tegen elkaar. Echt raar, en vaak zijn het best wel sukkeltjes. Patti komt per ongeluk in zo’n situatie terecht.

Een veelvoorkomend stereotype van de zwarte man is dat de zwarte man altijd van hiphop houdt. In jouw film is een van de weinige zwarte personages, Basterd, juist blackmetalmuzikant. Wilde je hiermee het stereotype doorbreken?
Niet echt. Toen ik jong was waren er gewoon kinderen zoals hij, zwarte rock-‘n-roll-kids die gek waren van metal of van Minor Threat. Als je zwart bent en in deze buurten opgroeit hoef je heus geen hiphopliefhebber te zijn, net als dat niet alle witte kinderen van Taylor Swift houden. Het is muziek, je kunt doen wat je wilt. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in muzieksmaken van mensen die je niet verwacht. Weet je wat de favoriete muziek is van Big Boi van Outkast?

Nee.
Kate Bush! Te gek, toch? En Bun B, van Underground Kingz, is fan van Radiohead. Ik houd van dat soort dingen. Dus ja, sommige zwarte kinderen waar ik mee opgroeide hielden van metal. Dat wilde ik laten zien met het personage Basterd.

Patti haalt Basterd wel makkelijk over om toch hiphopbeats voor haar te gaan maken. Alsof hij door haar weer wordt teruggebracht naar het zogenaamde juiste spoor voor een zwarte man: hiphop.
Ja, maar hij brengt wel zijn eigen stijl, en hij is echt heel muzikaal. Hij doet nog steeds gewoon zijn eigen ding.

Iemand die ook haar eigen ding doet is de oma van Patti, die ook in haar rapgroepje zit. Daar vond ik de film veel geloofwaardigheid verliezen. Waarom heb je ervoor gekozen om haar oma ook mee te laten rappen?
Dat weet ik niet. Het is gewoon een keuze die ik heb gemaakt. Patti’s oma is de enige in haar familie die echt in haar gelooft, daar wilde ik iets mee doen. En het was gewoon leuk. Het werd zo een interessantere culture clash, met mensen van verschillende leeftijden bij elkaar. Het werkte gewoon.

Patti Cake$ is je speelfilmdebuut. Ga je nog meer muzikale films maken?
Misschien, ik weet het niet. Ik heb nu veel muziek gebruikt omdat ik muzikant ben en dit was een ingang in de filmwereld, en ik denk dat er in volgende films ook wel veel muziek zit want dat is hoe ik graag verhalen vertel. Maar ik denk niet dat een volgend project zo erg leunt op een muzikale vertelling.

Dit interview deed ik voor Noisey, zie hier.