Het taalloket ontvangt niet louter bezwaren die ongegrond dienen te worden verklaard. Geregeld worden we terecht gewezen op onzorgvuldigheden.
Walda Haaksman-Boode schrijft dat ze soms leest over een rechter die iets ‘stelt’, zoals in het artikel ‘Ondernemingskamer grijpt in bij FNV’ van 13 juni. ‘Volgens het bericht stelde de Ondernemingskamer (een afdeling van het gerechtshof, red.) dat de vakbond niet in staat was gebleken zijn interne conflict op te lossen’, schrijft ze. ‘Dat is niet juist. De rechter oordeelt.’
‘Oordelen is iets fundamenteel anders dan stellen’, stelt Haaksman-Boode. ‘Procespartijen poneren stellingen, waarna de rechter op basis van zijn benoeming in een vonnis, arrest of beschikking een oordeel neerlegt.’ (NB: een rechter kan ook een vrouw zijn.) ‘Uiteraard mogen wij de juistheid van het rechterlijk oordeel ter discussie stellen en dat doen juristen en niet-juristen volop. Maar die discussie maakt de uitspraak van de rechter niet ‘ook maar een mening’ of een ‘stelling’.’
Naar het oordeel van het Taalloket is deze stelling juist. Wij stellen Haaksman-Boode in het gelijk en gaan deze kwestie niet verder ter discussie stellen. Hoger beroep niet mogelijk!
Lotte van Wolfswinkel reageert op het bericht ‘Maken rechters een einde aan de loopbaan van Marine Le Pen om verduisteren EU-miljoenen?’ van 31 maart. ‘Is dit in tijden waar de rechtsstaat onder druk staat een handige kop?’ vraagt ze zich af – tijden waarin, moet dat natuurlijk zijn. ‘Als zij schuldig wordt bevonden heeft ze het hier zelf naar ‘gemaakt’ en eindigt zij zelf haar loopbaan door de keuze om geld onterecht in te zetten. De rechter voert alleen haar taak uit.’
Een terechte opmerking, al is het tegelijk waar dat een rechterlijke uitspraak (vonnis of arrest) wel degelijk het einde van een loopbaan tot gevolg kan hebben.
G.M.A. Steenhuisen schrijft naar aanleiding van ‘Rechter staat komst drie islamitische sprekers toch toe, tot ‘teleurstelling’ minister’ (21 februari), in trumpiaanse stijl: ‘DE RECHTER STAAT NIET TOE!!! De rechter stelt dat de ministers op onjuiste gronden een verbod instelden! Ergo: doe dat op de juiste gronden als die er zijn. Zijn die er niet, dan geen verbod. Het is dus NIET de schuld van de rechter.’ Ook Steenhuisen heeft gelijk, met de kanttekening dat de rechter niet stelt, maar oordeelt, zoals we inmiddels hebben geleerd.
‘Ik meen dat media er goed aan zouden doen deze juridische en maatschappelijke waarde van het rechterlijk oordeel voor ogen te houden en het taalgebruik daarop af te stemmen’, schrijft Haaksman-Boode. Dat menen wij met haar mee.
Enfin. Dit is ons oordeel en daar moet u het mee stellen.
Geschreven voor de Volkskrant