Dinsdag beluisterde ik een oude aflevering van de podcast Voedselbossen van Louis De Jaeger. Hij praat daarin met Leen Gorissen, bioloog en stadsecoloog, onder meer over het hitte-eilandeffect, het verschijnsel dat het binnen steden warmer is dan erbuiten, door bebouwing, bestrating en een tekort aan bomen. Onder een boom kan het zomaar 5 graden koeler zijn, zegt ze. ‘Zou het niet tof zijn als je de positieve effecten van een bos kunt hebben in een stad?’
Ik werd getroffen door de term NI, ‘natuurlijke intelligentie’, die zij tegenover AI stelt. Ik zag AI altijd als tegenhanger van menselijke intelligentie (MI?), maar er is uiteraard nog meer intelligent leven – organismen en processen met ‘kennis’ en vermogens, die bovendien al veel ouder zijn dan AI. ‘De natuur is al 3,8 miljard jaar aan het deep learnen’, zegt Gorissen. (Deep learning is een manier waarop AI ‘leert’.)
De hedendaagse mens is vervreemd van de natuur en haar intelligentie, maar met hulp van het bedrijf van Gorissen kun je als organisatie leren profiteren van NI. Het is namelijk ook ‘een organisatiemodel dat ecologische principes toepast op management en organisatieontwikkeling’, zoals het op Wikipedia heet. In een daar geciteerde uitspraak omschrijft Gorissen NI als ‘de kunst en kunde om te overleven en floreren op een continu veranderende planeet met eindige grondstoffen’.
Bij mij resoneert vooral de tegenstelling met AI, en dat je met de NI van een bos het klimaat in de stad leefbaarder kunt maken. Dat zou tof zijn, inderdaad.
Gorissen zegt in de podcast dat we nu miljarden euro’s in AI pompen, ‘zonder dat AI rekening houdt met wat levensbevorderlijk is’. Al die miljarden, hoeveel levensbevorderlijke NI kunnen we daarvan niet bestuderen, regenereren, implementeren? Dat zouden we eens aan ChatGPT moeten vragen.
Geschreven voor de Volkskrant