Waar Trump en trawanten de strategie hanteren van flooding the zone with shit, deed Koning Winter begin januari aan flooding the zone with snow om het nieuws te domineren. (Waar de ware vorst heerst, moge duidelijk zijn.) De koude, witte dagen waren voor de Volkskrant reden om een liveblog over het winterweer op te tuigen, met daarin honderden berichten, van reisinformatie tot reportages, waarin behalve ruim met zout ook met enig jargon werd gestrooid. Van welke termen kregen we het warm?
Sneeuw leidde tot hinder, verstoringen, chaos (naast enig vertier). Het openbare leven was gestremd, ontregeld. Bussen vielen uit, treinen strandden, vluchten werden geschrapt. Schoolkinderen kregen sneeuwvrij, werkenden een thuiswerkoproep. Ziekenhuizen hadden meer aanloop door gladheidsincidenten en supermarkten meldden leveringsuitdagingen.
Er was stuifsneeuw, er lagen sneeuwduinen en er was sneeuwjacht, waarbij de wind de sneeuw voortjaagt, wat het zicht ernstig belemmert. Het KNMI-noodsein werd vaak op- en afgeschaald, van geel naar oranje en andersom – zo veel heisa en niet eens code rood. Het instituut sprak van ‘verraderlijke gladheid’, ook door het opvriezen van sneeuw.
‘We werken met man en macht om de wegen weer zwart te krijgen’, zei Rijkswaterstaat. Om ijsplaten van wegen te schrapen, stonden speciale calamiteitenmachines paraat. Bij extreme kou was er een koudeprotocol.
Schiphol zag wit van de sneeuw, zwart van de mensen. De marechaussee noemde de drukte een veiligheidsrisico en als het zo doorging, moest er ‘gemaaid worden’ – wat bij ICE in de VS iets heel anders betekent. Een sneeuwvloot van zeventig voertuigen trachtte de banen (het tarmac) sneeuw- en ijsvrij te houden. Vliegtuigen kregen, zolang de voorraad strekte, een de-icingbehandeling met glycol. (Van de-icen mag men hopen dat het overwaait naar de VS.)
De NS tuigde met pijn en moeite een winterdienstregeling op, drie noordelijke provincies werden spoortechnisch gezien losgekoppeld van de overige. Sneeuw- en storingsploegen van ProRail deden ’s nachts herstelwerkzaamheden, met name bij wissels zonder wisselverwarming.
Daken en hun draagconstructies kraakten of bezweken onder de sneeuwbelasting, en voor wie geen dak had, had de daklozenopvang een winterkouderegeling (WKR) in werking gesteld. Mensen die toch op straat sliepen, kregen van het Rode Kruis sheltersuits uitgedeeld, een soort slaapzak met mouwen en capuchon.
Een land waarin wissels verwarming hebben, maar dertigduizend mensen dakloos zijn, kan het hele jaar koud genoemd worden, maar dat terzijde. Koning Winter is een strenge vorst, maar zijn termijn is te overzien – mits geen sneeuwjacht.
Geschreven voor de Volkskrant