Herinnert u het zich nog? Die goede oude tijd van de internationale rechtsorde? De jaren dat staten zich nog aan afspraken zeiden te houden, min of meer vanaf Hugo Grotius tot aan Donald Trumpius? Door die laatste is het volkenrecht weer onderwerp van discussie. Welk jargon valt op in de berichten over het internationaal recht?
Het internationaal recht staat onder druk doordat machtige staten het geweldsverbod uit het VN-handvest aan de laars lappen. Deze staten (wie de laars past, trekke hem aan) voeren machtspolitiek en laten het recht van de sterkste (zijzelf) prevaleren. Hun buitenlandse beleid werd door een hoogleraar in NRC kanonneerbootdiplomatie genoemd, een vakterm waarmee u indruk zult maken op verjaardagen. Niet veel landen durven het internationaal recht te verdedigen, omdat zij buigen voor de grootmachten zien als strategisch eigenbelang.
Landen die internationale verdragen of rechtsbeginselen schenden, kunnen normaliter rekenen op unilaterale (eenzijdige) reacties van andere landen, zoals sancties. De internationale gemeenschap kan ook multilateraal optreden: de VN-Veiligheidsraad kan bindende maatregelen treffen, bijvoorbeeld door blauwhelmen te sturen. Maar vanwege het vetorecht van de vijf permanente leden, waaronder Rusland en de VS, is de Veiligheidsraad momenteel impotenter dan het gemiddelde staatshoofd.
Landen mogen alleen geweld gebruiken tegen andere landen in reactie op een aanval, of preventief, indien zo’n aanval ophanden is. Er moet dan wel sprake zijn van imminente (acute, ‘boven ’t hoofd hangende’) dreiging, en de preventieve aanval moet proportioneel zijn. Het geweldsverbod mag ook worden genegeerd als een humanitaire interventie nodig is om bevolkingsgroepen te beschermen, bijvoorbeeld bij genocide. In 2005 zijn VN-landen overeengekomen dat zij de responsibility to protect hebben, afgekort tot R2P of RtoP. Gazanen hebben gemerkt wat die overeenkomst waard is.
Een andere hoogleraar waarschuwde in NRC voor de olievlekwerking die Trumps schending van het internationaal recht kan hebben, een semivakterm die we met de huidige olieprijzen met recht tot het ‘duurdere woordgebruik’ mogen rekenen.
Als u praat over dit onderwerp, kunt u ten slotte imponeren door de biljartballentheorie van de Duitse politicoloog Herfried Münkler op te werpen, genoemd in Trouw: het idee dat de internationale rechtsorde zou moeten bestaan uit vijf grootmachten die steeds dusdanig caramboleren dat het geheel toch enigszins stabiel is. Waarom zouden andere landen zich bij zo’n biljartspel neerleggen, vraagt u zich af? Waarschijnlijk omdat ze geen keus hebben.
Geschreven voor de Volkskrant