Mijn lievelingsshirt is een donkergroen shirt met bloemen en planten erop in herfstkleuren. Het is een T-shirt met een ronde hals van het onbekende merk Famke. Ik vermoed dat het een damesshirt is.
Ik kocht het op 11 juli 2014 bij Goed Spul in Utrecht, de vintagewinkel van Milou, een vriendin en oud-huisgenoot van me. Die avond was er een openingsfeest in de winkel aan de Plantage met muziek, gratis Warsteiner-bier en “scherpe openingsacties”, zoals op de Facebook-uitnodiging te lezen viel.
Jan en Lucas, die plaatjes draaien onder de naam The Spectacle Brothers omdat ze allebei een bril dragen, verzorgden de muziek. Om hun koptelefoon in hun draaitafels te pluggen hadden ze een verloopstukje nodig, maar dat waren ze vergeten. Ik had er thuis nog een liggen en dus ben ik nog op en neer naar huis gefietst.
Ik kocht die avond ook een gouden lijst met een plaat met tropische volièrevogels erin. Eerst hing die in ons kleine huisje in Utrecht, nu hangt-ie in Amsterdam, tussen de keuken en de zithoek. Soms hangt-ie een beetje scheef.
Willem van Gidi had als vriendendienst het logo voor de winkel ontworpen. Hij mocht daarom gratis een tweedehands object uitkiezen. Hij liep een rondje door de winkel om het een en ander te bekijken en vroeg daarna of hij ook een krat Warsteiner mocht meenemen. Dat mocht.
Later op de avond was iedereen dronken en stelde ik voor om een stoelendans te doen. Mijn dronken enthousiasme vond weerklank en binnen enkele minuten hadden we het meubilair opzij geschoven en een rij formicastoelen en rotankrukjes neergezet om het gezelschapsspel mee te spelen. Alles bleef heel, godzijdank.
Ik droeg dit shirt vaak, vooral naar feestelijkheden, waar ik op complimentjes kon rekenen, wat mijn tere ziel goed deed. Ik ben opgegroeid in C&A-kleding en op Bristol-schoenen en sinds mijn studietijd komt negentig procent van mijn kleren van de H&M. Dat ik met dit shirt ineens onderdeel werd van een hipster-avant-garde gaf me het gevoel dat ik iets goed deed.
Chris, een vriend met wie ik veel nachten heb doorgehaald, noemt me altijd ‘tropical Henny’ als ik het aan heb. Het shirt heet nu dus mijn tropical-Henny-shirt.
Mijn emotionele band met het shirt bestaat vooral uit de herinneringen die ik eraan heb. Het materiaal doet me weinig, behalve dat het aangenaam is. De vorm is goed, al loopt het wat wijd uit rondom mijn buik, maar dat is oké. De hals is rond, wat ik mooi vind, en stevig, waardoor hij goed in vorm blijft. De print vond ik in eerste instantie gewaagd, daarna te gek, maar uiteindelijk taande dat omdat iedereen in dergelijke prints ging lopen.
Als ik het shirt zou verliezen of als het kapot zou gaan dan heb ik daar vrede mee. Ik heb er twee jaar plezier van gehad, en ik heb nog genoeg andere.
Vandaag zal ik het weer eens aantrekken.
Dit was een schrijfopdracht voor mijn schrijversopleiding.