M. de Nekker, ‘verpleegkundige sinds 1986’, schreef 28 januari: ‘Het stoort me dat in de berichtgeving over het afschuwelijke lot van Alex Pretti hij een verpleger wordt genoemd (…) Mensen die tegenwoordig zijn opgeleid in het vak van de verpleegkunde, worden verpleegkundigen genoemd. Het is geen roeping, geen vrijwilligerswerk, het is een professie. (…) Je doet iemand tekort door hem verpleger te noemen, hij heeft gestudeerd voor dit beroep.’ F. Leliveld, ‘gepensioneerd ic-verpleegkundige’, schreef op 29 januari: ‘Pretti was geen verpleger maar ic-verpleegkundige (…) Verpleger is echt een achterhaald woord en het dekt de lading niet.’ We krijgen bij de Volkskrant vaker mails van verpleegkundigen over deze kwestie. Hoe zit het precies?
Van Dale schrijft dat ‘verpleegster’ en ‘verpleger’ informele varianten zijn van ‘verpleegkundige’. Vanwege het geringere aantal letters kiezen koppenmakers soms voor het kortere woord. Journalisten en columnisten gebruiken het ook met regelmaat. Dat zouden ze niet moeten doen, om twee redenen. De eerste is seksegelijkheid in het taalgebruik. Ons Stijlboek schrijft voor dat we bij het beschrijven van beroepen zo veel mogelijk de neutrale variant gebruiken. Voor iemand die patiënten verpleegt en daarvoor een beroepsopleiding heeft gevolgd, heeft de genderoverkoepelende benaming ‘verpleegkundige’ daarom de voorkeur. De tweede reden is dat ‘verpleegkundige’ een beschermde titel is. In de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg is geregeld dat alleen mensen met een diploma in de verpleegkunde als verpleegkundige kunnen werken. ‘Verpleegkundige’ is de officiële benaming voor mensen die dit beroep uitoefenen.
‘Door het gebruik van onjuiste terminologie wordt gevoelsmatig tekortgedaan aan de opleiding, de inhoud van het vak en de professionaliteit van verpleegkundigen,’ aldus verplegingswetenschapper Jelle Reijngoudt op LinkedIn. De oudere termen komen uit de tijd waarin ‘verpleegsters’, ‘verplegers’, ‘zusters’ en ‘broeders’ vanuit een religieuze roeping in de zorg gingen werken. Deze naastenliefde werd veelal vrijwillig en zonder opleiding bedreven. Hedendaagse verpleegkundigen zijn daarentegen goed opgeleide professionals die hun vak beoefenen op basis van wetenschappelijke kennis. Dat verklaart argumenten als ‘het is geen roeping, geen vrijwilligerswerk’ en ‘hij heeft ervoor gestudeerd’.
De term ‘verpleegkundige’ is bovendien een verworvenheid, uitkomst van een emancipatiestrijd in de nog altijd hiërarchische zorgsector. De verpleegkundige is niet minder dan een arts, is het idee; het is simpelweg een ander deskundig beroep. Pretti mag dan uit de VS komen, waar ander wetten gelden, toch was het met inachtneming van het bovenstaande ook in zijn geval gepast geweest om van verpleegkundige te spreken.
Geschreven voor de Volkskrant