in Oerol 2021

Bach of bèèèèg? vraagt celliste Amber Docters van Leeuwen zich af

Celliste Amber Docters van Leeuwen is op het eiland om zich aan te sluiten bij het Lab, een groep van zo’n vijftien kunstenaars die samen de verhouding tussen kunst en het landschap tegen het licht houden. Docters van Leeuwen heeft als onderzoeksvraag wat het verschil is tussen schapen en Bach, of meer in het algemeen: wat maakt kunst tot kunst, en hoe verhoudt zich dat tot de omgeving, in dit geval het gemekker van vele geoormerkte ooien? We spraken haar in de stal van biologische schapenboerderij De Zeekraal in Oosterend, waar ze voor enkele aanwezige mensen en tientallen blatende schapen een miniconcert gaf.

“Ik ben gefascineerd door omgevingsgeluiden en het realisme van een locatie. Hoe kun je die gebruiken zonder jezelf op te dringen aan een omgeving? Wat doet het met een schapenstal als je daar een solocellostuk van Bach speelt, wat vaak in een kerk, concertzaal of een huiskamersalon wordt gespeeld, maar niet in een stal?” De vraag of het niet oneerbiedig is om Bach in een stal ten gehore te brengen, keert ze om. “Is het niet respectloos richting de schapen, dat ik daar hun ruimte kom binnenmarcheren met klassieke muziek? Misschien hebben zij wel heel veel last van mij.”

De voorstelling van Docters van Leeuwen stond gepland in de stal in Oosterend. De kudde zou de wei in gaan en het publiek zou in het stro plaatsnemen, maar haar concert kon om bekende redenen niet doorgaan. Toch strijkt ze nu neer tussen de eenhoevige zoogdieren, om onderzoek te doen. Ze vond het geluid van schapen zó mooi en ontroerend, dat ze nu de interactie tussen de klanken van haar viersnarig instrument en de wollige herkauwers wil onderzoeken. “Het geblaat van schapen is zó muzikaal! Dat hou je bijna niet voor mogelijk. Het is ontroerend om naar te kijken en te luisteren. Maar goed, dat vind ik. Er zijn vast ook mensen die denken dat ik gek ben.”

Jouw dagkrantredacteur was in de gelukkige omstandigheid het experiment te mogen bijwonen. Gezeten op een stapel van zakken schapenkorrels van het merk Havens (premium quality) zette de celliste Bachs cellosuite no. 1 in G-groot in. Een geweldig gemekker maakte dat los bij de melkschapen van boer Gerben Bakker, die het optreden met zijn telefoon vastlegde. Een viertal stagiaires liet het melken en kaasmaken even voor wat het was, aangetrokken door de gracieuze klanken uit de stal. Even later volgde Docters van Leeuwen boer Bakker nog dieper het hok in, waar zij gezeten op een betonnen muurtje, met de cello steunend op een omgekeerde emmer, verschillende stukken van de Duitse componist ten gehore bracht. Vele van de aanwezige schapen leken zijn achternaam te kennen en deden verwoede pogingen deze uit te spreken. Sommige blaatten op de juiste momenten mee op de juiste toonhoogte, andere mekkerden tegen de maat in. Het resultaat was een polyfone harmonie die de wolharen in vele nekken, waaronder die van jouw dagkrantredacteur, overeind deed staan.

De fascinatie van Docters van Leeuwen voor omgevingsgeluiden komt voor uit haar adoptieverleden, vertelt ze na het miniconcert. Toen ze als volwassene het weeshuis bezocht waar ze als klein kind verbleef, werd ze overweldigd door een geluksgevoel. “Beelden en geluiden van die plek liggen opgeslagen in mijn geheugen. Bij mijn bezoek hoorde ik opnieuw de Koreaanse cicaden, het beekje dat langs de weg stroomt, de wind die door de bladeren ruist van een boomsoort die alleen daar groeit, aan de rand van de berg. Omgevingsgeluiden zijn gebonden aan je gevoel van zijn. Je legt de link tussen een bepaald alledaags geluid en je herinnering. Die emotionele band tussen geluid en de herinnering fascineert me. In mijn geval is dat een heel belangrijk beginpunt voor mijn idee van wie ik ben.”

De schapenstal in Oosterend werd haar als locatie voorgesteld door het Oerol Festival. De celliste is heel blij met dat voorstel. De frequentie van het schapengeblaat gaat volgens haar heel goed samen met de klanken van de middelste telg uit de vioolfamilie. “Ik vind het gemekker vrij aangenaam klinken. Het zijn bijna mensenstemmen, alsof je speelt temidden van een dorp vol mensen. Die schapen praten misschien ook wel over de muziek, of over iets wat ze hebben meegemaakt of over de kwaliteit van de brokken.” Via de schapen bevraagt ze de betekenis van kunst. “Zijn die schapen niet ook kunstenaars? Je luistert ook naar het blaten van de schapen wanneer ik in de stal speel en je gaat nadenken over de betekenis daarvan. Dat zou je normaal niet doen.”

Geschreven voor de Oerol-dagkrant van vrijdag 18 juni 2021