‘Pijpen, dat wel’

Bij het binnenrijden van station Amsterdam Amstel stond ik achter twee oude vrouwtjes in beige jassen te wachten tot de trein stilstond en de deuren opengingen. “Schrijf je nog?” hoorde ik de ene aan de andere vragen. Interessant, dacht ik. “Nee,” zei ze. “Eigenlijk helemaal niet meer.” Toen, na een korte stilte: “Pijpen, dat wel.”

‘Pak de auto maar vast joh, dan kun je aanhangen’

Na de bokstraining bood de jongen die mijn lenzen uit mijn ogen had geslagen me een lift aan. Ik fietste sloom als een van school naar huis fietsende puber, hij kwam naast me rijden met zijn blinkend witte Seat, met het raampje open. “Pak de auto maar vast joh, dan kun je aanhangen. Waar moet je heen?” Ik moest afslaan. “Dank je,” zei ik, “maar ik moet hier afslaan.” Even later zag ik hem bij de winkel van het tankstation naar binnen gaan, denk ik.