Waarom ‘niet nadat’ niet is aan te bevelen in de betekenis ‘(pas) nadat’

‘Kunt u uw collega’s attenderen op de noodzaak om ‘niet dan nadat’ te schrijven in plaats van ‘niet nadat’?’, schreef Jaap Blaakmeer op 22 november. ‘Ik struikel er elke keer over.’ Een dag eerder schreef Sandra Sjamaar: ‘Nu zie ik voor de derde keer in korte tijd ‘niet nadat’ in de krant staan, waar overduidelijk juist ‘wel nadat’ is bedoeld. Oftewel: hier had de schrijver ‘niet dan nadat’ moeten zeggen. Of ‘pas nadat’.’ Lees verder

Kappen met die silvicide

Sinds ik in Nijmegen studeerde en Over de waarde van kulturen las, ben ik liefhebber van de boeken van antropoloog en filosoof Ton Lemaire. Die liefde nam een vlucht toen ik de Nederlandse stad verliet en op het buitenlandse platteland ging wonen, net als Lemaire in 1990 deed. Lees verder

Geen gek idee om AI links te laten liggen en te vertrouwen op ‘natuurlijke intelligentie’

Dinsdag beluisterde ik een oude aflevering van de podcast Voedselbossen van Louis De Jaeger. Hij praat daarin met Leen Gorissen, bioloog en stadsecoloog, onder meer over het hitte-eilandeffect, het verschijnsel dat het binnen steden warmer is dan erbuiten, door bebouwing, bestrating en een tekort aan bomen. Onder een boom kan het zomaar 5 graden koeler zijn, zegt ze. ‘Zou het niet tof zijn als je de positieve effecten van een bos kunt hebben in een stad?’ Lees verder

Keelslijm na het eten van een Big Mac: de vleesrochel

Laatst at ik bij een fastfoodrestaurant een hamburgermenu. Na het eten vormde zich een dik slijm in mijn keel, dat ik kuchend naar de mond schraapte en met wat drinken wegspoelde. Niet veel later at ik een Turks vleesgerecht in een opgerolde pannenkoek, en ook toen vormde zich keelslijm, en ik hoestte als een verstokte roker. Lees verder

We mogen niet alle 1,4 miljard Chinezen over één kam scheren

Luisteraar R. Rankin schrijft de Volkskrant naar aanleiding van de Volkskrant-podcast Elke dag over vissen en fentanyl. ‘Het viel mij op dat wanneer het ging over de Chinese mensen die deze totoaba (een vis, red.) eten, er simpelweg werd verwezen naar Chinezen, en dat als het ging over het geloof rondom het eten van dingen en wat dat dan zou opleveren, het ook weer ging over Chinezen.’ Ze miste ‘de nuance dat het slechts sommige Chinese mensen zijn die dit geloven’. Lees verder

Het gif van de ironie: als je alles altijd op de hak neemt, verlies je dan het vermogen om oprecht te zijn?

In een tekst van Jan van Tienen (van heemkunde.substack.com, en de rubriek ‘Lopend onderzoek’ in de Volkskrant) over semi-ironisch gebruik van de dubbelepunt (‘Het was: zomer’), las ik de term ‘ironievergiftiging’. Van Tienen verwijst naar de youtuber Jreg, die het verschijnsel zo uitlegt: als je te vaak ironisch reageert, verlies je het vermogen oprecht te zijn. Met ironie kun je pijnlijke gevoelens op afstand houden, maar doe je dat te vaak, dan raak je ook van de goede dingen en van jezelf verwijderd. Lees verder

‘De mens (m)’ als sluipende vorm van hersenspoeling

E. Schouten uit Nijmegen schreef: ‘Hoeveel generaties moeten nog opgroeien met een taal waarin alles mannelijk is, tenzij? Vrijdag 18 april weer over de mens: ‘Dan kan hij zich losmaken van zijn verslaving (…) Dat de mens hardnekkig weigert zijn precaire positie op deze planeet onder ogen te zien.’ O, dus ik hoef niks onder ogen te zien? Deze sluipende vorm van hersenspoeling is onnodig en ongewenst. Waarom de context niet neutraal gemaakt? ‘Dat mensen zich losmaken van hun verslaving et cetera.’ Lastig? Stap dan over van ‘hij’ naar ‘die’ en van ‘zijn’ naar ‘diens’. (…) Stimuleer neutraal taalgebruik en ban onnodig seksistisch taalgebruik uit.’ Lees verder