in Tilburg

Komt een Kluun bij een restaurant

tillywoodZijn favoriete voetballer is Zlatan, zijn favoriete schrijver is Niccolò Ammaniti en zijn favoriete jood is niet genoemd, omdat de vraag ‘Wie is jouw favoriete jood?’ nogal een rare vraag is om aan een beroemd schrijver te stellen. Ik heb het natuurlijk over Kluun (Raymond van de Klundert, 1964), een groot schrijver van Tilburgse komaf. Hij debuteerde succesvol met kankerboek Komt een vrouw bij de dokter en ook zijn vervolgroman De Weduwnaar ging als warm brood over de toonbank. Ik at een kleine lunch met Kluun in restaurant Auberge du Bonheur aan de Bredaseweg in Tilburg en sprak met hem over zijn werk, zijn boeken, zijn Tilburg, zijn Amsterdam en over kroketten.

“Ik heb veel meer met Breda dan met Tilburg,” begint Kluun. Fijn begin voor een interview over Tilburg, dacht ik. “Het uitgaansleven in Breda vond ik leuk en dus ging ik daar vaak uit, en nog steeds”, vervolgt hij. “Tilburg was in mijn tijd geen uitgaansstad, maar dat heeft Tilburg ondertussen ingehaald. Nu heb je 013 en veel meer kroegen en podia dan eerst. Breda is wat dat betreft nogal stil blijven staan. Tilburg is nu veel leuker dan het was.”

“Begin jaren ’80 was Tilburg gewoon saai. Je kon toen naar de Polly of naar Café Tribunaal, maar verder was de Korte Heuvel nog geen uitgaansstraat en was er verder weinig. Ja, en je had de Chèr, voor de gescheiden 30-ers, maar daar kwam ik niet.” Ook niet om gescheiden milfs te hosselen? “Hahaha, nee. Ik was net twintig. Ik zat in het alternatieve circuit, dus ik kwam in Extase.”

Over in extase komen gesproken: we hebben een amuse van gazpacho met Hollandse garnalen en huisgerookte zalm met een marmelade van juzu voorgeschoteld gekregen. Heerlijk. Auberge de Bonheur is zo’n restaurant waar je jas wordt aangenomen als je binnenkomt, je stoel wordt aangeschoven als je gaat zitten en waar elke gang minstens één ingrediënt bevat waar je nog nooit van hebt gehoord. Je kent het wel: super-de-luxe. De rest van de cliëntèle bestaat deze middag logischerwijs uit zakenmensen en/of belastingontduikers (dit laatste deduceer ik uit het aantal Belgische kentekens op de parkeerplaats).

Kluun woonde tot zijn 22e in Tilburg. Eerst bij zijn ouders en daarna nog een jaar op zichzelf, in de Magazijnstraat. In ’87 vertrok hij naar Breda. “Ik hing altijd met vrienden van de middelbare school en die gingen uitzwermen. Na een paar jaar waren die vrienden allemaal weg uit Tilburg en had ik weinig binding meer met Tilburg”, vertelt hij.

Natuurlijk ben ik benieuwd naar zijn meest romantische moment in Tilburg. “Nou ja,” begint Kluun, ”ik had als puber een bril en veel puisten en daarmee verzamel je niet bepaald veel romantische momenten. Mijn eerste zoen was mijn meest romantische moment hier. Het was op een bankje bij de Kattenrug, met carnaval. We hebben vanaf die eerste zoen zes jaar lang iets gehad. Heel af en toe mailen we nog wel eens en ik heb haar een paar jaar geleden nog eens gezien op een reünie. Ze woont nog steeds in Tilburg.”

Na Tilburg woonde Kluun twee jaar lang in Breda en daarna voor twee jaar in Antwerpen. Tegenwoordig woont Kluun in Amsterdam en die stad vindt hij prettiger dan Brabant. “Ik heb een haat-liefdeverhouding met Brabant”, legt hij uit. “Het is leuk dat de norm hier ‘doe maar gewoon’ is, maar mensen die succesvol zijn, krijgen snel het predikaat arrogant opgeplakt. Brabanders houden niet van branie en bravoure.”

Volgens Kluun is Guus Meeuwis een goed voorbeeld van de Brabantse mentaliteit, de personificatie van het motto ‘doe maar gewoon’. “Amsterdam is de stad van ‘doe maar anders’,” legt hij uit. “Kijk naar Herman Brood of naar Harry Mulisch, typisch Amsterdams. Je moet niet bang zijn je nek uit te steken, om anders te zijn. Ik houd juist van mensen die dat doen.”

Ons voorgerecht bestaat uit een tartaar van krab met gebakken langoustine en kreeft, met een salade van venkel. Wederom een onbekend ingrediënt, dus ook dit gerecht scoort hoog op de luxe-schaal. De witte wijn, geschonken in helder kristal, heeft een lange afdronk, complementeert de vismaaltijd adequaat en helpt goed tegen de kater. (Gisteren nogal lang bij de Cul de Sac gezeten).

Het is even geleden dat Kluun zo chique heeft geluncht. “Ik werk nu thuis en ga eens per week met mijn vrouw uit eten en af toe met vrienden, als we uitgaan. Doordeweeks ga ik om twaalf uur ‘s middags naar beneden om met mijn vrouw te lunchen. Op woensdag lunchen de kinderen ook thuis, dan eten we altijd kroketten.”

Thuis in Amsterdam heeft Kluun zijn eigen werketage. Een rustige etage, afgesloten van de drukke buitenwereld en met enkel een interne telefoonlijn om met zijn vrouw te communiceren. Bijvoorbeeld of de kroketten al klaar zijn. Hij schrijft er zijn columns en verhalen en hij blogt er aan Kluun.nl. Onlangs schreef hij in opdracht van Interpolis iets over ziekte en de dood. “Want dat is mijn specialiteit hè”, vertelt hij met een lach.

Op zijn zolderkamertje schrijft Kluun aan een nieuwe roman, waarover hij natuurlijk nog niet al te veel kan vertellen. “Het is een boek over mijn oom, de broer van mijn moeder. De man is nu overleden. Het was echt een vriend van me. We gingen altijd samen naar Willem II in de jaren ’80.” Een titel heeft Kluun nog niet, en als hij die had zou hij die waarschijnlijk nog niet verklappen. Het boek moet over een jaar in de winkels liggen. Voor Kluunfans die geen jaar kunnen wachten, komt 1 november aanstaande het boek Klunen uit, een verzameling van zijn beste columns, korte verhalen en blogposts.

Het hoofdgerecht wordt geserveerd: Op de huid gebakken kabeljauw met eekhoorntjesbrood, kroketjes van aardpeer, verse truffel en een kalfsjus met truffel. Als je je afvraagt wat aardpeer of wat eekhoorntjesbrood is, dan zal ik dat even kort omschrijven: het is goed te eten, niet al te groot, je kunt het niet kopen bij de bakker op de hoek, het ziet er goed uit op een groot bord en het klinkt goed in een gesprek met vrienden. ‘Zo, net geluncht. De aardperen zijn goed van smaak dit seizoen.’

Naast broodschrijver is Kluun ook een van de stuwende krachten achter NightWriters, die literaire avonden met voordrachten en bandjes organiseren. Een groot feest. “Bibliotheeklezingen zijn saai. Altijd dat TL-licht, altijd die koffie uit plastic, het is allemaal zo statisch.” NightWriters is volgens Kluun een literaire speeltuin: het is echt een feestje met DJ, band en natuurlijk schrijvers, want anders zou het geen literaire avond zijn. Klinkt vooral ook als iets voor dertigers die niet meer willen dansen tijdens het uitgaan.

Als toetje krijg ik een handtekening in mijn boek van Komt een vrouw bij de dokter. “Tilburg, Auberge de Bonheur, 7-X-2008. Voor Henk, het was een genoegen!” Voor mij en Tillywood was het genoegen compleet wederzijds. Kluun gaat door naar Eindhoven om research te doen voor zijn nieuwe roman en ik ga mensen over eekhoorntjesbrood en aardpeer vertellen. Lunchen kan leuk zijn.

Geschreven voor Tillywood Magazine