Vijf jaar na de slachting bij Marikana worden Zuid-Afrikaanse mijnwerkers nog steeds uitgebuit

strikeHet mooie aan film is dat het je in staat stelt om te reizen zonder dat je daarvoor je huis of stad uit moet. Vooral documentaires kunnen je direct inzicht geven in de levens van mensen in andere landen, waar ze het qua welvaart en vrijheid vaak slechter hebben dan wij. Door met hen mee te kijken, kun je daar meer empathie voor opbrengen — wat een goed ding is, want dat kan solidariteit en verandering tot stand brengen. Als je bijvoorbeeld weet dat bepaalde producten het resultaat zijn van uitbuiting, kies je er sneller voor om die dingen niet meer te kopen.  Lees verder

Een race naar de bodem: Over de gevoelswereld van de personages in Miller’s Crossing (1990)

millerscrossingIn de wereld van Miller’s Crossing (1990), de derde film van de broers Coen, draait alles om macht en geld. Een Ier, een Italiaan en een Jood strijden in deze film noir ten tijde van de Amerikaanse drooglegging in de jaren dertig van de vorige eeuw om de winsten uit gokken en drinken, zo’n beetje het enige wat de mensen in de film graag doen. De overheid, belichaamd door de burgemeester en de politiechef, schaart zich achter de partij met de meeste macht. Eerst zitten ze bij de Ier Leo (Albert Finney) aan tafel, later op exact dezelfde wijze bij de Italiaan Johnny Caspar (geinig gespeeld door Jon Polito).  Lees verder

Ik sprak Michael (23) uit de documentaire ‘Bars’ over schuld, sporten en iets maken van je leven

michaelDe welvaart is in deze wereld ongelijk verdeeld. Sommige mensen worden rijk geboren en anderen arm, en dat is een kwestie van geluk of pech hebben. Niemand kiest zijn eigen ouders uit. Je hoort vaak dat je met hard werken een succesvol en rijk mens kunt worden, een mythe die onlosmakelijk met Amerika en het kapitalisme is verbonden. De keerzijde daarvan is het wijdverbreide idee dat armoede ook je eigen schuld is. Had je maar beter je best moeten doen.  Lees verder

Eerst als tragedie, dan als klucht: The Designated Victim (1971) en Almost Human (1974)

milianSidney Lumet vroeg eens aan Akira Kurosawa waarom hij een scène in Ran op een bepaalde manier gekadreerd had. De Japanse cineast antwoordde dat als hij de camera iets naar links had gericht, dat dan de Sony-fabriek in beeld was gekomen, en bij tien centimeter naar rechts was het vliegveld te zien geweest – twee elementen die niet van pas kwamen in zijn zestiende-eeuwse kostuumdrama. Alleen filmmakers zelf weten welke overwegingen er schuilgaan achter hun keuzes, maar grosso modo mag je van ze verwachten dat stijl en techniek (de vorm) ingegeven zijn door het thema van de film (de inhoud, het idee). Die twee zijn niet los van elkaar te zien: de gehele film is vormgegeven, en die vorm bepaalt hoe de kijker de inhoud interpreteert.  Lees verder